Opschaling crisisorganisatie

Een kettingbotsing op de snelweg met veel slachtoffers, een demonstratie die uit de hand loopt of een fabrieksbrand waarbij giftige stoffen vrijkomen: het gebeurt gelukkig bijna nooit, maar áls het gebeurt zijn we in Twente goed voorbereid. Bij een grote ramp of crisis zijn veel hulpverleners betrokken. Om goed te kunnen samenwerken hebben we met elkaar regels afgesproken. Die noemen we GRIP.

Wat betekent GRIP?

GRIP is een afkorting voor ‘Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure’. Hoe groter de ramp of crisis, hoe meer partijen er bij betrokken zijn. Maar hoe weet iedereen wat ze moeten doen? En wie zorgt ervoor dat de hulpverlening goed verloopt? Dat is allemaal geregeld via GRIP. Veiligheidsregio Twente coördineert tijdens een GRIP-situatie de samenwerking tussen de betrokken partijen . Daarmee bedoelen we niet alleen de hulpdiensten, zoals politie, ambulance en brandweer. Maar ook gemeenten, de GHOR en andere partijen die betrokken zijn bij het incident zoals het waterschap of rijkswaterstaat.

Welke GRIP’s zijn er?

Geen crisis is hetzelfde en de aanpak verschilt dus ook. De grootte van de ramp of crisis en de effecten bepalen naar welk GRIP-niveau we gaan: 1, 2, 3, 4 of 5. In Twente komen GRIP 1 en 3 het meeste voor.

Situatie

Aard en omvang

Voorbeeld

GRIP 1

Incident waarbij afstemming tussen de hulpdiensten noodzakelijk is en de veiligheidsregio de leiding heeft.

Een grote uitslaande brand met mogelijke slachtoffers.

 

GRIP 2

Gebeurtenis die voor veel inwoners van Twente gevolgen heeft maar waarbij er geen specifieke locatie is waar het incident plaatsvindt.

Een storing bij 112.

GRIP 3

Ramp of crisis in een gemeente waarbij het welzijn van de bevolking in gevaar komt en er mogelijk geëvacueerd moet worden.

Een explosie in een flatgebouw met slachtoffers.

GRIP 4

Ramp of crisis waarbij meerdere gemeenten betrokken zijn.

Een gaswolk die over meerdere gemeenten trekt.

GRIP 5

Bovenregionale ramp of crisis, waarbij meerdere gemeenten uit verschillende veiligheidsregio’s betrokken zijn.

Een vliegtuig dat neerstort.

GRIP 1: hulpdiensten werken samen op de plek van het incident

Bij GRIP 1 is er coördinatie nodig tussen de hulpdiensten op de plek van de gebeurtenis. Vlak bij het incident wordt dan een ‘Commando Plaats Incident’ (CoPI) ingericht. In dit team zitten mensen van de verschillende hulpdiensten. Samen coördineren ze het incident en adviseren ze hoe het incident het beste aangepakt kan worden. Hiervoor wordt een mobiele vergaderruimte naar de plaats van het incident gebracht. Dit noemen we de CoPi-bak.

GRIP 2: regionaal operationeel team

Bij GRIP 2 is er geen specifieke locatie waar het incident plaatsvindt. Toch wordt een groot deel van de regio getroffen. Een voorbeeld is wanneer het alarmnummer 112 niet werkt. Er komt dan een Regionaal Operationeel Team bijeen om samen te overleggen wat er moet gebeuren. In dit team zitten mensen van de verschillende hulpdiensten.

GRIP 3: crisisteam biedt ondersteuning

Soms zijn de gevolgen van een incident zo hevig dat mensen in een groot gebied rondom het incident er last van hebben. Dan gaan we naar GRIP 3. Bij deze situatie komt er naast een CoPI-team ook een crisisteam bijeen onder leiding van de burgemeester. Dit team bestaat uit mensen van de verschillende hulpdiensten en zit meestal op het gemeentehuis van de getroffen gemeente.

GRIP 4: voorzitter heeft de leiding

Bij sommige rampen is meer dan één gemeente betrokken. De voorzitter van Veiligheidsregio Twente heeft dan de leiding, dat is de burgemeester van de gemeente Enschede. Een regionaal crisisteam helpt hem daarbij. In dit team zitten de burgemeesters van de betrokken gemeenten en mensen van de hulpdiensten.

GRIP 5: één veiligheidsregio coördineert

Wanneer de ramp of crisis plaatsvindt in meer dan één veiligheidsregio, kan er worden opgeschaald naar GRIP 5. De betrokken veiligheidsregio’s spreken dan met elkaar af welke veiligheidsregio de leiding neemt.

Meer informatie

Twentse crisisorganisatie